De Cao Gemeenten verlangt dat de werkgever de ondernemingsraad jaarlijks informeert over uitgaven aan externe inzet als aandeel van de totale personeelsuitgaven én over de bezetting in verschillende arbeids- en inhuurvormen. Dat is geen verzoek om twee losse exports. De gemeente moet definities, peildatum, periode en aansluiting tussen HR, inkoop en financiën vooraf vastleggen, zodat de OR ziet welke capaciteit wordt ingezet, onder welke vorm en tegen welk kostenaandeel.
Artikel 13.3 van de Cao Gemeenten bepaalt specifiek voor gemeentelijke werkgevers welke jaarlijkse informatie over externe inzet en bezetting aan de OR wordt geleverd.
Bekijk de inhoudelijke domeingrensWat de bronnen laten zien
Artikel 13.3 van de actuele Cao Gemeenten 2025-2027 bevat twee afzonderlijke informatieonderdelen. De werkgever levert jaarlijks aan de ondernemingsraad een overzicht van de uitgaven aan externe inzet als percentage van de totale personeelsuitgaven. Daarnaast levert de werkgever een overzicht van de bezetting in diverse arbeids- en inhuurvormen. De bepaling noemt geen verplicht sjabloon, peildatum of voorgeschreven categorieën. Die uitvoeringskeuzes moet de gemeente dus zelf consistent en controleerbaar maken.
De teller en noemer van het kostenpercentage mogen niet pas tijdens de bespreking worden bedacht. Externe inzet kan in financiële systemen op meerdere grootboekrekeningen staan, terwijl personeelsuitgaven uit salaris, sociale lasten, toelagen en andere componenten kunnen bestaan. Artikel 13.3 zegt niet welke componenten precies in de berekening horen. De werkgever moet daarom de gekozen afbakening beschrijven, dezelfde afbakening door de jaren heen toepassen en afwijkingen zichtbaar verklaren. Een percentage zonder definities is niet reproduceerbaar.
Ook bezetting is iets anders dan uitgaven. Een ingehuurde specialist kan één persoon zijn, een beperkt aantal uren werken en toch relatief hoge kosten veroorzaken. Omgekeerd kunnen veel tijdelijke medewerkers samen een groot deel van de dagelijkse capaciteit leveren zonder dat een momentopname dat goed laat zien. Het bezettingsoverzicht hoort daarom aantallen personen en een bruikbare capaciteitsmaat, zoals contracturen of fte op de gekozen peildatum of over de verslagperiode, uit elkaar te houden.
De cao spreekt bewust over diverse arbeids- en inhuurvormen. Een gemeentelijke arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, een oproepovereenkomst, payroll, uitzending, detachering en een zelfstandige opdracht zijn organisatorisch niet hetzelfde. De gemeente moet categorieën kiezen die aansluiten op haar feitelijke registraties en besluitvorming. Een restcategorie 'extern' kan worden gebruikt voor uitzonderingen, maar mag niet de hoofdroute worden waardoor de OR geen zicht krijgt op structurele patronen.
De VNG meldde op 14 augustus 2026 dat de Cao Gemeenten en Cao SGO 2025-2027 opnieuw tussentijds waren gewijzigd en dat aangepaste teksten bij SZW waren gepubliceerd. Dat bericht onderstreept het belang van versiebeheer: controleer bij het samenstellen van het jaarlijkse overzicht steeds de actuele cao-tekst en leg vast welke versie als norm is gebruikt. De actuele cao-pagina bevat artikel 13.3 als geldende bepaling.
De bronnen schrijven niet voor welk systeem eigenaar is, wie het overzicht ondertekent of op welke datum het aan de OR wordt aangeboden. Dat zijn lokale proceskeuzes. De norm is wel duidelijk genoeg om een jaarlijkse eigenaar, reproduceerbare berekening en complete indeling te verlangen. Een informele presentatie zonder herleidbare bronwaarden maakt de cao-verplichting onnodig kwetsbaar.
Begin met een korte definitieset die HR, inkoop, financiën en de ambtelijk secretaris van de OR samen vaststellen. Beschrijf wat onder externe inzet valt, welke personeelsuitgaven de noemer vormen, welke verslagperiode geldt en op welke peildatum of gemiddelde bezetting wordt gemeten. Leg ook vast hoe dubbeltellingen worden voorkomen wanneer een persoon in zowel het HR-systeem als een inhuurportaal voorkomt.
Maak daarna twee controleerbare onderdelen. Onderdeel één toont het bedrag aan externe inzet, het bedrag van de totale personeelsuitgaven, de berekening van het percentage en een vergelijking met het vorige jaar. Onderdeel twee toont per arbeids- of inhuurvorm het aantal personen en de gekozen capaciteitsmaat. Voeg alleen verdere uitsplitsingen toe als die betrouwbaar zijn en de OR helpen om ontwikkeling, afhankelijkheid of bezettingsrisico te bespreken.
Gebruik een vaste categoriekaart. Voor werknemers kan de gemeente bijvoorbeeld onderscheid maken tussen onbepaalde en bepaalde tijd, oproep en andere relevante dienstverbanden. Voor inhuur kan zij onderscheiden tussen uitzending, detachering, payroll, zelfstandige opdracht en overige externe inzet. Definieer grensgevallen één keer en bewaar beslisregels bij het rapport. Verander een categorie niet stilzwijgend omdat een contract via een andere leverancier loopt.
Wijs per bronveld een eigenaar en controlemoment aan. Financiën levert de aansluiting met de jaar- of periodeadministratie, inkoop controleert contract- en leveranciersvormen en HR controleert arbeidsovereenkomsten en bezettingsmaten. Laat één tweede beoordelaar nagaan of teller, noemer en categorieën op dezelfde periode betrekking hebben. Rond bedragen en percentages pas af nadat de controle is uitgevoerd.
Plan het overzicht vóór de jaarlijkse OR-cyclus. Spreek een opleverdatum, vragenronde en correctievenster af, zodat de OR niet alleen een statische bijlage ontvangt maar de definities en opvallende verschuivingen kan bespreken. Leg vragen en correcties vast als aanvulling op het rapport; overschrijf de oorspronkelijke versie niet. Zo blijft zichtbaar welke informatie op welk moment is verstrekt.
Beperk persoonsgegevens. De cao vraagt om overzichten, niet om namenlijsten of individuele tarieven. Lever gegevens op een aggregatieniveau dat inzicht geeft zonder personen herkenbaar te maken. Controleer kleine categorieën extra op herleidbaarheid en deel onderliggende detaildata alleen wanneer daar een duidelijke noodzaak en passende toegang voor bestaat.
Sluit af met een bestuurlijke duiding die feiten en keuzes scheidt. Benoem welke verschuivingen rechtstreeks uit de cijfers volgen, welke verklaringen nog worden onderzocht en welke besluiten de werkgever overweegt. Het overzicht is geen automatisch oordeel dat externe inzet goed of fout is. Het geeft de OR een reproduceerbare basis om vragen te stellen over capaciteit, continuïteit, kosten en de balans tussen interne en externe deskundigheid.
Werkgeverscheck
- Definieer externe inzet, totale personeelsuitgaven, verslagperiode en bezettingsmaat vóór extractie.
- Toon teller, noemer, percentage en arbeids- en inhuurvormen als afzonderlijke controleerbare onderdelen.
- Laat HR, inkoop en financiën ieder hun bronvelden en grensgevallen controleren.
- Plan oplevering, vragenronde en correcties als vast onderdeel van de jaarlijkse OR-cyclus.
- Rapporteer geaggregeerd en scheid cijferfeiten, verklaringen en voorgenomen keuzes.
Waar de grens ligt
Gecontroleerd op 8 oktober 2026 aan de hand van artikel 13.3 van de actuele Cao Gemeenten 2025-2027 en het VNG-bericht over de tweede tussentijdse wijziging van deze cao. De cao schrijft geen uniform rekenmodel, verplichte categorie-indeling of vaste peildatum voor. Leg lokale definities en de gebruikte cao-versie vast, stem de rapportagecyclus met de ondernemingsraad af en laat juridische, financiële en privacyaspecten voor de eigen organisatie beoordelen.
Dit artikel biedt algemene HR-duiding en is geen individueel juridisch, medisch of arbeidsvoorwaardelijk advies. Controleer de actuele primaire bron voor een concrete beslissing.
Bronnen
- Cao Gemeenten 2025-2027: medezeggenschapOfficiële actuele cao-tekst; artikel 13.3 bevat de jaarlijkse informatieplicht over externe inzet en bezetting in arbeids- en inhuurvormen.
- VNG: tweede tussentijdse wijziging Cao Gemeenten en SGO 2025-2027Werkgeversbericht van 14 augustus 2026 over de aangepaste cao-teksten en het belang van werken met de actuele versie.